De gemeenteraad van 2 april stond voornamelijk in het teken van de zero-emissiezone en -hoe kan het ook anders- het parkeerbeleid. Bij de commissiebehandeling bleek de mogelijke invoering van een zero-emissiezone in het centrum op grote weerstand te stuiten van ondernemers die een dergelijke maatregel te vroeg vonden en eerst meer mogelijkheden willen hebben om op elektrisch bedrijfsvervoer over te stappen. De meeste fracties volgden dat bezwaar. In het uitvoeringsprogramma mobiliteit staat dat “samen met de betrokken ondernemers wordt gekeken wat het beste moment is voor de invoering van de zero-emissiezone; draagvlak van de betrokken ondernemers is essentieel”. Dat draagvlak is er nu nog niet, maar wel is van belang dat de komende jaren actief gewerkt wordt aan het verbeteren van dat draagvlak. Democraten Hilversum steunde dan ook een motie van die strekking.
Het parkeerbeleid blijft de gemoederen bezighouden. Praktische problemen die inwoners hebben en het nodige lapwerk dat de verschillende fracties voorstellen om die (deel)problemen het hoofd te bieden tuimelen over elkaar heen. Bij de invoering was de afspraak dat het parkeerbeleid na een jaar zou worden geëvalueerd, als alle effecten goed en in samenhang kunnen worden beoordeeld, waarna besloten zou worden of en waar het zou moeten worden aangepast. Die evaluatie staat nu gepland voor 2027, maar dat vinden de meeste fracties te lang duren. Dat zal dus naar voren geschoven moeten worden.
Een vrolijk hoogtepunt was de presentatie door de Kindergemeenteraad van het plan om op verschillende plaatsen in de stad buitenspeelpakketten ter beschikking te stellen, met verschillende spullen, zoals ballen, badmintonrackets e.d.
Tot slot nog de herinrichting van het Sportpark Loosdrecht, die als hamerstuk werd aangenomen. De afspraak is zonder financiering geen plan, maar nu kwam het college toch met een plan dat nog in het kader van de voorjaarsnota gefinancierd moet worden. Democraten Hilversum wil in de Audit en Rekeningencommissie van gedachten wisselen om de regels nog verder aan te scherpen. Maar om de betrokken sportverenigingen niet in het ongewisse te laten en omdat we van de wethouder begrepen hebben dat zij het benodigde bedrag denkt te kunnen vinden zijn we nu, bij uitzondering, toch akkoord gegaan.
Rob Docter, fractievoorzitter